Sandra van Es

Vlammende verzinsels

De dans van eeuwige begeerte

’Maar commissaris, hoe komt u erbij dat ik daar vannacht ben geweest? Ik woon hier en kom dagelijks in het bos. De omgeving heeft een zeer kalmerend effect op mij. Vraag het mijn gezelschapsdame.’
Haar stem is bedwelmend en Hulsenbosch verliest zich in de zachte klanken die ineens een hele andere betekenis lijken te krijgen. Haar vochtige lippen bewegen traag en in gedachten laat hij zijn vingers langs haar blanke hals glijden.
‘Heer commissaris?’
Hij knippert met zijn ogen. Een lichte blos verspreidt zich over zijn gezicht. Hij schraapt zijn keel. ’Ik vond uw zakdoek Mylady en na enig aandringen heeft uw butler verklaard dat hij u vannacht naar buiten heeft zien gaan. Ik wil graag weten waarom.’

Maeve staat op en draait zich beschaamd van hem af.
‘Dat had hij u niet mogen vertellen.’
Hulsenbosch gaat achter haar staan. ‘Waarom was u in het bos Mylady?’
Ze zucht diep. ‘Sinds de dood van mijn man slaap ik slecht. Zoals ik u al zei, de omgeving kalmeert me en maakt mijn geest weer helder.’
‘Wat heeft u gezien?’
‘Niets … Er was daar niets. Alleen ik en de stilte van de nacht.’
De commissaris verheft zijn stem. ‘Een jonge vrouw, niet veel jonger dan uzelf, heeft daar vannacht het leven gelaten, gewurgd. Realiseert u zich dat u dat had kunnen zijn?’
Met grote ogen kijkt Maeve hem aan. ‘Dood? Maar dat kan niet. Ze waren zo levenslustig en zo mooi … Toen ik wegging was iedereen aan het dansen.’
De commissaris leidt haar terug naar de sofa en gaat naast haar zitten.

‘Vertel me wat u heeft gezien, Mylady.’

De dag dat hij stierf, verscheen zijn stem in haar hoofd. Hij plaagt haar. Overdag, maar vooral in de nacht. Dan houdt hij haar wakker met zijn verleidelijke woorden en eindelijk geeft ze gehoor aan het lonkende roepen. In haar dunne avondjapon en op blote voeten volgt ze zijn klank naar buiten, helemaal naar de open plek in het bos waar ze elke dag haar tranen laat stromen en wanhopig vraagt of hij weer naar haar terug mag komen.

‘Het was er anders. Niet rustig, zoals overdag, maar levendig en ze zagen er allemaal zo gelukkig uit.’

‘Wie?’

‘Die vrouwen …’

De vrouwen zijn jong, mooi en dansen naakt en bekoorlijk rond de warme gloed van het grote vuur.

‘… er was ook een man.’

Blozend slaat Maeve haar ogen neer.

De vlammen werpen grillige schaduwen over zijn naakte, glanzende huid en hij heeft zijn gespierde armen rond een wonderschone brunette geslagen. Hun dans staat los van die van de anderen en geeft Maeve het gevoel dat ze getuige is van iets dat ze niet zou mogen zien. Het is genotvol en zondig tegelijk en wakkert langzaam het slapende vuur in haar lichaam aan.

‘Ze dansten, allemaal en de vrouwen streden om een plek aan zijn zijde. Alsof hij de perfecte danspartner was.’

Hij danst stijlvol en sierlijk langs en tussen de vrouwen door. Soms raakt hij ze terloops aan, soms pakt hij ze vast en zoent ze vol op hun mond, maar zijn bewegingen vallen stil als de brunette een kleine, slanke vrouw bij de hand pakt en haar naar hem toe brengt.

‘Mijn dienares bracht mij deze schoonheid, maar ik vind haar wat gewoontjes. Doe met haar wat u wilt. Ze is mij niet waardevol genoeg.’

Precies op dat moment kijkt de man Maeve aan. Zijn blik veroorzaakt een felle schok in haar onderlichaam.

‘Wat nog meer, Mylady?’

‘Niets … ik weet het niet. Ik werd moe en ben weggeslopen. Het spijt me dat ik u niet verder kan helpen commissaris.’

Hulsenbosch knikt en staat op. ‘Natuurlijk Mylady. Mocht u nog iets te binnen schieten, stuurt u dan alstublieft een bode naar mijn woning.’

‘Dat zal ik doen commissaris. Tot ziens.’

Maeve wacht tot hij weg is en verdwijnt dan naar haar slaapvertrek, waar ze haar kamenierster wegstuurt.

‘Laat me alleen, ik heb je niet nodig vanavond.’

Ze laat zich op het bed vallen, sluit haar ogen en laat de ervaring van de afgelopen nacht weer toe in haar lichaam.

De man stort zich op de kleine vrouw, maar laat de ogen van Maeve niet los. Hoge kreetjes van genot en gelukzaligheid komen haar kant op waaien en hoe graag ze ook wil vluchten, ze verroert zich niet.
Verwonderd voelt Maeve iedere beweging en ademzucht door haar bloed stromen. Met schokkende heupen komt ze zijn bewegingen tegemoet en ze bijt hard in haar lip als hij ruw bezit neemt van het lichaam van de andere vrouw en ze hem diep in haar eigen buik voelt. Het is geen dans. Het is pure liefde, vol begeerte, zoals liefde hoort te zijn. Hij is de man die haar veel te vroeg werd afgenomen. Haar enige liefde. Zij behoort hem eeuwig toe.

De heerlijke beelden dansen traag van haar weg tot enkel nog een gloeiende, onvoldane sensatie in haar lichaam overblijft. Ze wilde daar niet weg, maar ze moest. Zijn ogen zeiden haar een beter geschenk te zoeken voor de brunette aan zijn zijde. Een sterk geschenk, warmbloedig en met een fel, kloppend hart. Het is de enige manier waarop ze voor altijd samen kunnen zijn.

Met tegenzin opent Maeve haar ogen. Ze staat op, laat haar japon van haar schouders glijden en bekijkt zichzelf in de spiegel van de linnenkast. Ze fluistert.

‘Waar ben je mijn lief?’

In de spiegel verschijnt hij achter haar. Ze voelt zijn warme ademhaling langs haar hals glijden.
Zijn stem is donker.

‘Ik ben nooit meer dan een zucht van je verwijderd, dat weet je toch?’
Maeve knikt. ‘Moet het echt?’
‘Het moet. Ga naar hem toe en draag alleen de mantel die ik je ooit gaf. Laat hem zien wat jij hebt gezien. Geef hem wat je hebt gevoeld. Hij zal je volgen en wij zullen eindelijk samen zijn.’

~

‘Heer Hulsenbosch?’
De zachte stem van zijn huishoudster wordt gevolgd door een bescheiden klopje op de kamerdeur. Verstoord kijkt hij op van zijn notities. Geen enkele aanwijzing, behalve een dunne dameszakdoek en de verklaring van Lady Maeve. Hij zucht diep. ’Ja?’
‘Er is bezoek voor u. Een dame. Ze zegt dat het dringend is.’
Hulsenbosch wrijft langs zijn vermoeide ogen en staat op. ‘Natuurlijk, breng haar binnen.’

Hij trekt het pand van zijn vest recht, strijkt zijn haar glad en wacht naast de canapé tot zijn bezoek wordt aangekondigd. Maeve schrijdt naar binnen. De lichtbruine mantel om haar schouders is afgezet met vossenbont en hangt bijna tot op de grond. Verrast kijkt hij haar aan. ‘Maar Mylady, op dit tijdstip? U had een bode moeten sturen.’
Ze schudt haar hoofd als hij vraagt of hij iets voor haar in kan schenken.

‘Ik weet niet wat het precies was commissaris, maar toen ik vannacht naar die prachtige dans keek, voelde ik iets. Iets intens, snapt u?’
Haar handen maken traag het koord van de mantel los en betoverd kijkt Hulsenbosch naar de bewegingen van haar slanke vingers. Maeve glimlacht. ‘Ik voelde het in mijn hele lichaam, maar vooral op één plek en daar brandt het nu.’
Langzaam laat ze de mantel van haar schouders glijden en naakt blijft ze voor hem staan. Beschaamd en verlegen wendt Hulsenbosch zijn ogen van haar af. Hij stamelt en bukt zich haastig om de mantel weer op te rapen. ‘Mylady … Kom, dit moet u niet … Ik ben een getrouwde man, mijn vrouw …’
Maeve komt een stapje dichterbij. ‘Ik brand voor u. Brandt uw vrouw ook voor u commissaris? Toe, kijk naar me. Vind u mij niet mooi?’

Haar staart naar haar prachtige lichaam. Haar borsten zijn stevig met volle, uitnodigende tepels. Ze zet een hand in de ronde welving van haar heupen en plaats haar benen iets uit elkaar. Hulsenbosch ziet een vochtige glinstering. Hij slikt. ‘U bent prachtig Mylady.’

Maeve lacht hoog en helder en schuift met een elegante beweging zijn aantekeningen van het bureau. Met haar billen omhoog vleit ze zichzelf op het donkere hout. Verleidelijk kijkt ze hem aan.
‘Neem mij commissaris. Blus het vuur.’

De aanblik van haar uitnodigende lichaam, brengt zijn bloed tot het kookpunt. Hij vergeet zijn vrouw en alle voorzichtigheid. Met een hese, wellustige grom werpt hij zich op haar slanke lichaam. Maeve opent zich voor hem, ontvangt hem diep in haar hitte en verwelkomt iedere stoot met enthousiaste kreten uit haar keel.

Bezweet ligt Hulsenbosch tegen haar rug. Met iedere ademhaling voelt hij zijn lid slinken tot het ding nat en glibberig uit haar glijdt. Maeve zucht diep en duwt hem voorzichtig van zich af. Ze raapt haar mantel van de grond en zwaait de zware stof rond haar schouders.
‘Dank u commissaris. Het vuur is geblust. Hoort u haar stem?’
Hij kijkt haar fronsend aan, luistert en knikt. Hij hoort een vrouwenstem, als een zachte fluistering en ze lijkt hem te roepen. Nog verleidelijker dan het lichaam waarin hij zojuist zijn genot heeft gestort.
Maeve opent de deur. ‘Volg mij en haar stem commissaris. Wij brengen u het antwoord waar u zo wanhopig naar op zoek bent. Zij kent al uw verlangens.’

Hij kan niet anders dan volgen en ze brengt hem naar de open plek in het bos, waar hij eerder de gewurgde, jonge vrouw vond. Er brandt een groot vuur en Hulsenbosch kijkt sprakeloos naar het tafereel dat zich voor zijn ogen ontvouwt. Beeldschone, jonge vrouwen dansen naakt en met zondige bewegingen, rond een verleidelijke brunette met bijna zwarte ogen. Hij weet meteen dat zij de eigenaresse van de stem is. Ze wenkt hem en Maeve dichterbij en aarzelend betreedt hij de kring van dansende vrouwen. Ze raken hem aan en begroeten hem met vreemde, hoge keelgeluiden die zijn bloed sneller laten stromen en zijn lid weer doen groeien.

Maeve heeft de mantel achteloos in het vochtige gras laten vallen en knielt gracieus aan de voeten van de brunette.
‘Uw geschenk, mijn priesteres. Zijn vlees is warm en hartstochtelijk en zijn bloed stroomt heet. Ik bid dat hij u waardig is. Neem hem en breng me bij mijn lief.’

De brunette gebaart dat Maeve op moet staan en legt haar smalle handen rond haar hals.
‘Een zeer waardig geschenk, mijn kleine dienares en een uitstekende vervanger. Weet je zeker dat je naar hem toe wilt? Het is daar donker en koud. Als je hier blijft, zal mijn vuur altijd voor je branden.’
‘Heel zeker mijn priesteres. Hij heeft mijn hart en zonder hart ben ik niets.’
De brunette knikt, legt haar lippen op die van Maeve en duwt haar vingers dieper in de slanke hals van de jonge vrouw.

Nog voor haar lichaam de grond raakt, zweeft Maeve aan de zijde van haar geliefde weg van de wereld waar men zonder hart niet leven kan.

Geschokt knielt Hulsenbosch naast het verstilde lichaam van de jonge vrouw en woedend kijkt hij op naar de statige brunette. Ze heeft de mantel van Maeve om zich heen geslagen en kijkt spottend op hem neer.
‘Wat is er heer commissaris? Heeft mijn kleine dienares u geraakt?’
’Wat heeft u gedaan!? Waarom?’
‘Ze is waar ze wil zijn. Het was haar innige wens, haar tranen vertelden het me. Kijk naar haar gezicht. Ze is gelukkig. Sommige vrouwen doen alles voor de liefde. Ik leef enkel voor begeerte.’
Hij staat op en pakt de vrouw bij haar pols. ‘Ik vrees dat ik u moet arresteren madame.’

De brunette lacht boosaardig. ‘Waarom? Kijk naar mijn andere dienaressen. Zij brengen mij prachtige geschenken. Levende offers vol onvervulde verlangens. En wat van mij is, is nu ook van u. Kom dames, er is een nieuwe prins in ons midden en zijn hart verlangt alleen nog maar naar ons.’

De naakte vrouwen aarzelen geen moment en bespringen de commissaris alsof ze nooit eerder een man hebben gezien. Zijn kleding wordt van zijn lichaam gerukt en slanke vingers omklemmen het bewijs van zijn kloppende bloed. Hulsenbosch werpt nog een blik op het levenloze lichaam van Lady Maeve, sluit zijn ogen en laat zich omarmen door de weelderige warmte van zacht, blank vlees.


Dit was mijn verhaal voor de finale-opdracht van de schrijfmarathon 2017 en ik verdiende hiermee de vierde plaats. Geen top-drie notering, maar evengoed ben ik trots op mijn behaalde resultaat.

Hieronder vind je de volledige uitslag met terechte winnaar Mahotsukai!

Schrijfmarathon 2017: De winnaar!

 

1 reactie

  1. Net buiten het podium maar felicitaties zijn op zijn plaats! Je hebt voor de Marathon hele mooie dingen geschreven, en dit verhaal was de kroon op je werk. Well done!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

© 2017 Sandra van Es

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

%d bloggers liken dit: