Sandra van Es

Vlammende verzinsels

Categorie: Prikkelzinnen! (pagina 1 van 3)

Je leest hier mijn verhalen die ik schreef voor de bijeenkomsten van Eroscripta

Suikeroom

Lilly kwam in mijn leven na de zoveelste teleurstellende relatie met de zoveelste teleurstellende vent en precies op het moment dat ik mezelf hardop de belofte deed nooit meer verliefd te worden. Ja, ik was dronken en ja, iedereen in de kroeg kon mijn luide uitspraak horen. Lilly dus ook en weet je, het klinkt mierzoet en vreselijk cliché, maar toen ik haar zag … Nou ja, ik was verkocht. Ze was als een plotselinge lichtstraal in de omringende omgeving en met haar argeloze eerlijkheid en onverbiddelijke uitbundigheid wist ze me helemaal in te pakken. En ze viel ook voor mij. Als een blok, zoals ze altijd zegt. Ze was mijn eerste vrouw en tot nu toe is ze mijn enige vrouw. Ik zie daar in de nabije toekomst geen verandering in komen.
Het zou alleen fijn zijn als ze wat vaker thuis is. Sinds ze die nieuwe baan heeft, werkt ze ’s avonds en het komt steeds vaker voor dat ik haar pas rond middernacht thuis hoor komen en ze me wakker maakt met haar zachte, trippelende vingers over mijn naakte huid. Het gebeurt ook steeds vaker dat ik haar met een zucht tegen me aantrek en zeg dat ze moet gaan slapen. Ik heb namelijk wel gewoon een negen-tot-vijf baan. Lees verder

Alles in een

Blozend neem ik het compliment en de felicitaties in ontvangst, maar ik weiger vriendelijk het aangeboden glas.
‘Dank je, maar ik moet gaan. Morgenvroeg breng ik het contract en dan kunnen we de rest bespreken.’
Thalia geeft me een zacht duwtje.
‘Meid, maak je niet druk. Een dag vroeger of later maakt niet uit. Je moet wat met ons drinken en …wacht … Hier …’
Ze duwt een plastic kaartje in mijn hand. ‘Gratis toegang, wanneer je wilt en met wie je wilt, zonder afspraak en als je behoefte hebt aan iets extra’s dan noem je mijn naam. En nu drinken. Op een vruchtbare en genotvolle samenwerking met je nieuwe klant.’
Mijn blos wordt dieper en ik sla mijn ogen neer als ze een beetje flirterig haar glas tegen dat van mij aan tikt. Thalia lacht. Het is een zware hese lach, bijna mannelijk, net als haar scherpe kaaklijn en grote handen met dikke aderen. Samen met haar diep uitgesneden decolleté brengt het me elke keer in opgewonden verwarring en ik verslik me dan ook prompt als ik een grote slok neem. Geruststellend klopt ze me op mijn rug.
‘Rustig meisje, ik weet het … Het is totaal anders dan je tot nu toe hebt gedaan, maar ik beloof je dat je er geen spijt van zult krijgen.’ Lees verder

De seksslaaf

Patty

Lieve Boris,
Mijn cel is ongeveer vier vierkante meter. Dat is niet zoveel, zeker niet vergeleken met mijn schrijfkamer thuis. Ik heb het ermee te doen, ik gebruik nu de hele ruimte als mijn bureau. Op de betonnen vloer en het dunne matras van mijn krakkemikkige bed liggen overal met potlood beschreven blaadjes, zoals je van mij gewend bent.
Ik schrijf je omdat we elkaar nog steeds niet hebben gesproken sinds het proces. Is dat omdat je niet durfde, na alles wat er is gebeurd? Ik snap dat wel, het is ook niet niks natuurlijk.

Ik slaap moeizaam hier. Niet alleen omdat ik met regelmaat gekrijs, gekreun en gehuil door de eindeloze witte gangen hoor galmen, maar ook omdat ik er steeds aan terugdenk.
Ja, ik kan helder denken nu, dat is een zegen en een vloek. De eerste weken was het afkicken verschrikkelijk, maar nu ik nuchter ben en het verlangen naar mijn roze pilletjes is afgenomen, word ik bestormd door herinneringen en inzichten. Het houdt me wakker.

Weet je nog Boris, weet je nog die keer dat je naar me toesloop toen ik in diepe concentratie achter mijn bureau zat? Ik zie het allemaal zo levensecht voor me, dat ik soms twijfel of je er echt bent of dat het alleen een naschok is van het universum – rimpelingen van dingen die lang geleden zijn gebeurd. Alsof ze nu pas bij me binnenkomen. Ik heb je tekort gedaan Boris. Ik had je toen moeten zien zoals ik je nu zie. Wat snak ik naar die tijd en wat zou ik het nu anders doen, maar ja, achteraf is het makkelijk praten. Lees verder

Een leger van liefde

Je zei dat je je veilig voelde bij mijn lach en dat je er een warm gevoel van kreeg, dus ik lachte, maar eigenlijk was ik doodsbang. De hele tijd.

~

Als de witte lichten van de elektromagnetische pods verder de stad in verdwijnen en het constante salvo van de zware mitrailleurs is afgezwakt, verlaat Vico zijn schuilplaats.
Gebouwen zijn ingestort of staan op instorten, hele wegen zijn weggeslagen en de bruggen die de smalle eilanden met elkaar verbonden, zijn gewoon verdwenen. Overal liggen lichamen, van burgers en soldaten en de lucht is dik en donker. Vico raapt een zwaar machinepistool op, hangt het over zijn schouder en volgt het lawaai en de lichten naar het centrum. Hij laat zich op de grond vallen, wanneer er een ijselijke kreet door de lucht klinkt. Boven zijn hoofd vliegt een enorme vogel, een gedrocht van loshangende, rode stukken vlees en verschroeide veren. Hij heeft ze eerder gezien, deze en andersoortige wezens. Ze leven op de uitgestrekte vlaktes rond de stad waar ze zich voeden met elkaar en met de angst van gestrande reizigers of waaghalzen. Nu komen ze af op de geur van angst en verderf in de stad. Het zijn moordwapens zonder orders, aaseters. Ze kiezen geen kant. Het is de wil om te overleven en die is sterker dan welk bevel dan ook.

Met trage slagen van de grote vleugels suist het beest over zijn hoofd, richting het amfitheater, richting geluiden die duiden op gevechten. Vico krabbelt overeind. Wie daar ook vechten, ze zijn niet opgewassen tegen een beest als dit. Niet als ze niet weten wat zijn zwakke plek is. Vico weet dat wel. Rennend gaat hij achter het beest aan. Lees verder

Oudere berichten

© 2018 Sandra van Es

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑